Postzegels

 

Helemaal bovenin haar speelgoedkast heeft Hieke een klein boekje. En in dat boekje zitten allemaal postzegels. Rode en blauwe, met vogels en met koninginnen.

Dat boekje heeft ze van haar vader gekregen. Die had het nog van toen hij klein was. En dat komt mooi uit, want Hieke heeft postzegels nodig voor haar pakje.

Ze bladert in het boekje en zoekt er een paar met koninginnen uit. Twee blauwe, want van blauw houdt Hieke het meest.

"Hieke wat doe je?" vraagt haar moeder, die plotseling haar kamer binnen komt.

"Nou niks," zegt Hieke, "ik heb gewoon postzegels nodig."

"Waarvoor heb je dan postzegels
nodig?"

"Gewoon, voor de post natuurlijk."

"Hoezo de post?"

Hè, waarom wil ze toch alles weten, denkt Hieke.

"Dat is geheim," zegt ze, "en als het geheim is mag je het niet zeggen."

Hieke's moeder gaat op het bed zitten. Gelukkig net niet op de bobbel met flesjes en babykleertjes daar onderaan.

"Hieke," zegt ze, een beetje met een zucht, "deze postzegels zijn helemaal niet voor de post. Die zijn om te bewaren."

 

"Bij mij niet," zegt Hieke, ze zucht er ook van, "bij mij zijn ze voor de post. En ik heb ze zelf van papa gekregen."

"Maar ze zijn oud!" roept haar moeder, "de post wil ze helemaal niet hebben."

"En waarom bewaarde papa ze dan hè? Nou?"

Daar weet Hieke's moeder geen antwoord op.

"Hieke," zegt ze met zo’n stem die wel een beetje vriendelijk is, maar ook een beetje niet, "Hieke, geloof me nou, het kan écht niet."

Hieke kijkt de andere kant op. Ze wil niet meer verder praten.

"Het kan wèl," zegt ze. Ze weet het gewoon zeker.

"Wil je dan van mij een echte nieuwe postzegel hebben?" vraagt haar moeder.

"Nee! Ik wil déze!"

Haar moeder staat op, haalt haar schouders op en wil weer naar beneden gaan. Ze heeft de deurknop al in haar hand.

"Nou goed dan," zegt Hieke snel. "Maar ik wil óók deze."